
Hoe naar is het om erachter te komen dat je elke keer iets nét niet kan, net niet begrijpt, vaak geholpen moet worden? Heel naar! Eigenlijk ontneemt zo’n situatie de zin om te leren. Om dan je moed bij elkaar te rapen en het nog een keer te proberen valt niet mee. Als dit gebeurd ga ik terug naar wat er wel lukt, wat er wel leuk is. En vaak, zeker bij jonge kinderen, is dat spelen.
Spelen is niet gericht op leren. In tegendeel. Spelen is altijd gericht op plezier. En dat is nou juist het mooie, want ongemerkt leer je bij spelen eigenlijk ontzettend veel.
Het formeel leren wat oudere kinderen steeds meer onder de knie leren is voor jonge kinderen (onder de 7) soms nog heel erg lastig. Spel helpt hen de wereld te structureren en zo dus ook soms inzichten te krijgen die ze op het platte vlak zoals in een werkboek nooit hadden kunnen laten zien.
Een piramide bouwen? Ja hoor, dat kunnen we! Erachter komen dat iedere rij eentje minder heeft? Vanzelfsprekend! En dan -ongemerkt- kunnen benoemen hoeveel blokjes de graafmachine van de fabriek mee moet nemen voor de volgende rij? Tsja, dat is dan heel eenvoudig eigenlijk!
Het leukste werk van de wereld noemde ik het vorige week om dit proces spelenderwijs te begeleiden. En dit kind… kan na deze activiteit rekenen op een extra portie zelfvertrouwen.
